"Historisch besef van digitale media is zo diep als de meest recente verwijzing op Google"



donderdag 2 november 2017

De telefoongids op de mediagolven

In het pre-internet tijdperk werd vaak de uitdrukking gebezigd: ‘Dat zoeken we op…’. Gelovigen zochten in de Bijbel, nieuwsgierigen zochten in algemene encyclopedieën, om snel contact te maken zocht men een telefoonnummer in de regionale telefoongids en voor zaken in de Gouden Gids. Gedrukte naslagwerken waren een noodzaak in het dagelijks leven. 

 

De overgang van druk naar de verschillende vormen van digitaal volgde in de jaren tachtig en negentig een patroon. Naslagwerken zoals algemene encyclopedieën en telefoonboeken vormden naast de Bijbel de vooruitgeschoven posten. Deze werken waren gestructureerd, hadden een maatschappelijk belang, maar ook een lange productiecyclus. Meerdelige encyclopedieën hadden een productiecyclus van vijf jaar. Van de twintigdelige Telefoongids van Nederland werd maandelijks één deel bijgewerkt en dus was die nooit compleet actueel. 

 

Illustratie: de eerste versie van de CD-Foongids,gepresenteerd op de Efficiencybeurs 1992 (CollectieJak Boumans) 

 

Lees verder in Het inct.archief van de digitale geschiedenis

 

vrijdag 27 oktober 2017

De Tijdreiziger en zijn Tijdmachine

Afgelopen woensdag ben ik naar Tiel getogen. Aanleiding was de tentoonstelling rond de Tielse band The Dream in het Regionaal Archief Rivierenland Tiel en het verschijnen van het boek Tijdreiziger. In dit evenement speelt een oud-netwerk collega van mij, Floris Kolvenbach, een centrale rol.

Het boek draagt de titel Tijdreiziger naar de titel van een song Time Traveler, geschreven door Floris Kolvenbach in 1979. In die tijd had Floris er al een ruig decennium opzitten met verschillende  bands, waarvan The Dream het meest bekend is geworden met optredens op Pinkpop, Kralingen en Bilzen en niet te vergeten het popfestival in Tiel dat uitgroeide tot Appelpop. Posters en foto’s uit de jaren van de band zijn op de expositie te vinden.

Maar toen Floris Time Traveler schreef was hij begonnen aan een ontdekkingsreis naar nieuwe mogelijkheden die de beeld- en geluidtechniek hem boden. Bewegend beeld, stomme films, zwart/wit, daarna met geluid en kleur. Maar het creëren en restaureren van beeld en geluid in een digitale omgeving fascineerde hem.  Zo kon hij in het verleden reizen, maar ook naar nieuwe digitale werelden van bijvoorbeeld robots (waarvan hij nu zo'n exemplaren heeft verzameld). En reizen in de verschillende dimensies van tijd heeft hij gedaan en doet hij nog.

Het zoeken naar nieuwe klankkleuren bracht hem in contact met synthesizers. In 1968 was Bob Moog al bezig met een digitale synthesizer; voor menigeen bekend van de vinylplaat Switched on Bach. De Moog was een analoge synthesizer zonder computerbesturing en digitale klankopwekking. Floris gebruikte aanvankelijk ook analoge synthesizers bijvoorbeeld met de band Metal Voices (1976), maar toen kwam de Apple II kwam de alphaSyntauri, een digitale synthesizer. Op de tentoonstelling staat de alphaSyntauri, inclusief handboeken. Het was het begin van zijn One Man Band.

In 1980 begon Floris met een zoektocht naar kleurenmuziek. Door licht bovenop tonen te zetten wilde hij laten zien hoe een muziekoctaaf kon worden verbeeld met een kleuroctaaf van violet naar infra rood.Hij volgde daarmee het principe van Louis Bertrand Castell (1688-1757), een priester en wetenschapper. Castell had een soort klavercimbel gebouwd met aan de toetsen linten die weer aan luikjes vastgemaakt waren. Bij de aanslag van de toetsen gingen luikjes met gekleurde glaasjes, waarachter kaarsen brandden.  De eerste digitale experimenten met kleurenmuziek werden uitgevoerd met een PDP11 minicomputer, Barco display en control voltage to digital input converter bij het rekencentrum van Rietschoten & Houwens in 1980.

Maar met zijn apparatuur begon Floris ook van 1981 tot 1991 schoolconcerten te geven. Doel van deze schoolconcerten voor de midden- en bovenbouw waren bedoeldom naast muziek demonstraties te geven met elektronische instrumenten.

Ook groeiden zijn hi-tech performances. In 1982 gaf hij bij het Freak Festival in Tiel een synthesizerconcert. Volgens een recensie in een schoolkrant combineerde hij zeer goede muziek, een prachtige lichtshow en een goed uitgevoerd ballet van een balletdanseres met een industriële Asea robot. 
In de zomer van 1983 gaf hij tijdens Arnhem 750 jaar een concert in de stadhuishal, alleen met zijn apparaten. Ook was er nog de manifestatie The Bridge met een ballet in de St. Eusebiuskerk.


Misschien wel zijn mooiste performance was in 1985 in de Vleeshal in Middelburg. In dit stijlvolle gebouw plaatste Floris een installatie met surround geluid, robotica en lasers. Tijdens de concerten werd met het zgn. Sonor Robotica Lux I (SRL-I) volledige ruimtelijke audio en visuele beeldmanipulatie gerealiseerd. De manifestatie trok ook landelijke aandacht vooral in de Volkskrant met de kop: "Kunst is voor mij de overtreffende trap van kunnen".

In de jaren negentig zat Floris diep in de digitalisering en digitalisering van film. Hij maakte grafisch werk op zijn computer en wist daar Drs Hoos Blotkamp – de Roos, directeur van het Filmmuseum van 1987-2000, mee te betoveren.

In 1992 ontving hij met zijn bedrijf Digital Film Center (DFC) de opdracht om een masterplan te schrijven voor de digitalisering van het filmarchief van het Filmmuseum. Uiteindelijk heeft DFC de filmcollectie van het Filmmuseum gedigitaliseerd. Tijdens deze periode rijpte het idee van de Beeldbibliotheek, een soort tijdreismachine, waarmee met film en verwijzingen naar boeken historische films konden worden getoond, maar ook films met een visie op de toekomst. De Beeldbibliotheek werd voor het eerst opgesteld in de Openbare Bibliotheek Almere. De Beeldbibliotheek was in feite wat we nu kennen als YouTube, maar het was scherp gecategoriseerd en ingepast in de volledige informatiestroom voor leerlingen en bibliotheekbezoekers, tegenwoordig zelfs met e-boeken. De Beeldbibliotheek zoekt op het ogenblik nog naar zijn plaats in het onderwijs en de informatievoorziening. 

De tentoonstelling is tot 1 december te bezoeken in het gebouw van het Regionale Archief Rivierenland in Tiel. De tentoonstelling laat voornamelijk posters en foto’s zien van de popband The Dream.  Het boek Tijdreiziger met 2CD's is voor 30 euro verkrijgbaar in iedere goede boekhandel of te bestellen via http://www.thedream.info.

zondag 15 oktober 2017

Elke dag een archeologiedag


Oktober is de maand van de geschiedenis. Het is en maand vol met evenementen zoals monumentendagen, de Nacht van de geschiedenis, de Libris Geschiedenis Boekenprijs. Dit weekend zijn er de archeologiedagen. In veel plaatsen zijn oudheidkundige activiteiten gaande, georganiseerd door archeologische verenigingen, heemkunde organisaties en erfgoedhuizen. Er worden overblijfselen van oude culturen tentoongesteld of ter plekke bekeken, waarbij over het verleden wordt verteld. 

De archeologiedagen worden ook in Almere gehouden. Ondanks het feit dat de stad een geschiedenis heeft van 40+ jaren, worden er archeologische onderzoeken en vondsten gedaan. Zo zijn er in de grond sporen gevonden uit de Steentijd. Er liggen ook de nodige wrakken van schepen, die voeren op de Zuiderzee. Zo is er het Koggeschip gevonden; verschillende voorwerpen hiervan worden tentoon gesteld en rond de vindplaats is een park gemaakt. Maar ook worden er vliegtuigen uit Wereldoorlog gelocaliseerd en evt. (deels) opgegraven. Ter gelegenheid van Nationale Archeologiedagen 2017 is het boek 'De onderkant van Almere. Almeerders maken hun stad' gepresenteerd. Het boek is verkrijgbaar in het Erfgoedhuis Almere.

Archeologie vindt meestal plaats binnen de geschiedenis tot 1800. De geschiedenis na de industriële revolutie vanaf 1800 kreeg weinig aandacht, maar heeft na 2000 aan belangstelling gewonnen. Met name de Tweede Wereldoorlog en het digitale tijdperk behoren intussen tot de contemporaine  archeologie. De Tweede Wereldoorlog heeft intussen ruime museale belangstelling. Het digitale tijdperk daarentegen is nog in een aanloopfase. Zo is er het Bonami Spelcomputer museum, dat behalve een grote collectie spelcomputers ook een uitgebreid verzameling computers tentoonstelt.

Op het gebied van spellen laat Bonami goed zien wat de archeologie van digitale media inhoudt. Het museum verzamelt niet alleen de spelcomputers, de software voor deze computers en de spellen (content). De spellen worden gespeeld op originele machines zoals MSX, Acorn, Atari, maar ook Arcadetoestellen. Dat betekent dat de spellen te zien zijn op beeldschermen in de originele kleuren variërend van grijs, groen tot amber en tot de huidige beeldschermen.


Echte archeologie van digitale media wordt in Nederland gedaan in Amsterdam. Studenten van de Vrije Universiteit en Universiteit van Amsterdam werken samen met de Waag Society, Amsterdam Museum en het Instituut voor Beeld en Geluid om de historische internetsite van De Digitale Stad te reconstrueren. De originele site betekende in 1994 de doorbraak voor consumenteninternet in Nederland. Magneetbanden en hardware werden opgediept uit stoffige archieven. Maar voordat de site weer gepresenteerd kan worden moet het nodige gedaan worden aan de presentatie. Want wordt de snelheid van de transmissie aangepast, die in 1994 ruim onder 1Mb zat. Hoe snel of liever hoe langzaam wisselen de beelden; intern geheugen was in 1994 was klein en zeker geen solid state met honderden Mb's. De eerste resultaten van deze archeologische activiteit zullen waarschijnlijk in 2018 te zien zijn in het Amsterdam Museum en later online.

Behalve instanties die zich bezighouden met de archeologie van digitale media zijn er ook particulieren, die zich bezighouden met het bewaren van computers. Het mooiste particulier museum, zeker qua naamgeving, in Winssen bij Nijmegen is het Tehuis voor Bejaarde Computers met o.a. 16 bit minicomputers van Digital Equipment Computers (DEC); een pdp 11 was de eerste computer die ik ooit zag in de jaren zeventig.
 
En er zijn de nodige liefhebbers van retrocomputers. Ik heb, als zelfbenoemde curator van pre-internet, niet alleen een verzameling van oude computers, modems, telefoons, e-readers en videotex monitors, maar ook van digitale content producten op floppy disk, CD-ROM’s, CDi’s en DVD’s (ca. 500 stuks). De collectie moet ooit eindigen in een virtueel museum op internet. 
En dan is elke dag een archeologiedag!

Hieronder de 35 floppies en CD's vanaf 1984 uit de Collectie Jak Boumans

donderdag 5 oktober 2017

Sociale media met luiken

Vandaag is het nieuwe lokale platform Dagblad010.nl gelanceerd. Dat is 20 jaar na City Online.Regionale en lokale kranten hebben het moeilijk met de overgang van druk naar digitaal. Er wordt al jaren geëxperimenteerd met lokale digitale nieuwsvoorziening, maar een werkend model is er nog niet.

Moeten de uitgevers naast gedrukte kranten iets digitaal doen? En wat dan? Die vragen spelen al decennia. Het plaatsen van alleen een pdf van de lokale krant levert geen meerwaarde. En nu mogen veel uitgevers van regionale en lokale kranten hebben aangegeven, dat zij ‘digital first’ gaan, veel indruk heeft het nog niet gemaakt op hun lezers. Een echt model voor regionale, lokale en hyperlokale sites is er niet. De weg ligt bezaaid met mislukte formules van grote uitgevers, zoals Vandaag, Dichtbij en In de buurt. Soms leidt de weifelachtigheid van de bestaande bladen tot het opkomen van nieuwe lokale digitale spelers zoals De Utrecht Internet Courant (DUIC) en Digitaal Dagblad, met o.a. Dagblad010.

Lees het hele artikel Sociale media met lokale luiken in Het InCT archief van de digitale geschiedenis. 

zondag 1 oktober 2017

Skypen met kunstenaars digitale kunst


Het Dutch Digital Art Museum Almere (DDAMA) viert haar eerste jaar bestaan met een Skype sessie met kunstenaars van digitale kunst. De sessie vindt plaats op donderdag 5 oktober van 6 tot 8 uur in de Voetnoot aan het Stadhuisplein in Almere. Toegang voor volwassenen 5 euro; tot 16 jaar 2,50 euro.

Het museum heeft voor de Skype sessie een nationale en internationale keur aan kunstenaars van digitale kunst uitgenodigd. Internationaal bekende kunstenaars zijn Pinar en Viola; nationaal hebben medewerking toegezegd: Kees de Groot, Martin Boverhof, Sander Veenhof en Dario Bardic.

DDAMA werd precies een jaar geleden geopend op de vijfde verdieping van het WTC in Almere. In 2017 verhuisde DDAMA naar de Voetnoot tegenover het stadhuis van Almere. In het eerste jaar van haar bestaan heeft het museum een expositie van 13 digitale kunststukken van o.a. Jeroen van Loon en Jan Coenen tentoongesteld. Verder heeft DDAMA rondleidingen verzorgd voor scholen o.a. ROC Flevoland en groepen zoals Lions. Ook heeft het museum discussieavonden verzorgd over Cyberpersten n.a.v. de installatie Kill Your Darlings van Jeroen van Loon.

Dit project is mogelijk gemaakt dankzij de donatie van een Cisco video conference unit door Unet BV in Almere.


Bron: DDAMA

dinsdag 29 augustus 2017

Eerste en oudste NL computerarcheoloog heengegaan


Vorige week zaterdag werd bekend dat Edo Dooijes op 24 juli was overleden. Daarmee is waarschijnlijk de eerste en oudste Nederlandse  computer-archeoloog heengegaan. Tot zijn dood was Dooijes curator van het Computermuseum van de Universiteit van Amsterdam (UvA) op het Science Park Amsterdam.

Dooijes werd in 1936 geboren in Amsterdam als zoon van Dick Dooijes, een letterontwerper en typograaf. Na zijn gymnasium-beta studeerde hij natuur- en wiskunde aan de UvA. Hij werd wetenschappelijk medewerker en universitair hoofddocent. Met de opkomst van computers werd zijn belangstelling gegrepen door informatica en in 1983 behoorde hij tot de oprichters van de vakgroep informatica van de UvA.


Foto Steph Scholten

In 1991kreeg hij een subsidie van 5.000 gulden om computer-apparatuur en computerbenodigd-heden in een collectie bij elkaar te brengen. Zo staat er nu in het museum een IBM van 1948 met radiobuizen, maar ook analoge apparatuur, waarmee wiskundige problemen konden worden gesimuleerd.

Ik ontmoette Dooijes in 2013 tijdens de Digitale Expo, onderdeel van '<Save as://erfgoed> - de buitenbeentjes van Nederlandse computer-geschiedenis', een tentoonstelling die vanaf 24 mei 2013 te zien was in gebouw 904 op het Science Park in Amsterdam. De tentoonstelling was samengesteld door een groep studenten. De tentoonstelling richtte zich op de buitenbeentjes van de Nederlandse computergeschiedenis en de computererfgoed-collectie van de Universiteit van Amsterdam. Op de tentoonstelling zijn oude analoge computers tentoongesteld, waaronder de ARMAC, een computer die berekeningen maakte voor de Deltawerken. Tijdens de tentoonstelling hield de Stichting Computer Erfgoed Nederland (SCEN) haar laatste bijeenkomst.

Maar Dooijes ging door. In het gebouw 904 was een kleine collectie tentoongesteld, terwijl het grootste deel van het erfgoed is ondergebracht in het depot van de Universiteitsbibliotheek. In deze ruimte in het midden van het gebouw, dat van hogere verdiepingen bekeken kan worden, zijn oude floppy disc bestanden gekraakt en magneetbanden ontcijferd van computers die reeds lang vervangen zijn. Dooijes moet met plezier hebben gekeken naar de restauratie van De Digitale Stad (1994), waarvan bestanden op magneetbanden en harde schijven zijn ontcijferd.

Dooijes heeft een Interessante stelling nagelaten: fantastische machines moeten niet alleen bewaard worden, maar zij moeten ook nog werken, ook met de historische benodigdheden zoals ponskaarten, ponsbanden en floppy discs; al was het alleen maar om oude bestanden te restaureren.

Bekijk het YouTube filmpje

maandag 28 augustus 2017

Giphart in Big Lit

De schrijver Ronald Giphart gaat samen met een robot een boek componeren. De robot kan putten uit een computer waarin meer dan tienduizend Nederlandstalige literaire werken zijn opgeslagen. Giphart werkt niet alleen met de robot samen, maar ook met medewerkers van het Meertens Instituut en de Universiteit van Antwerpen. 


Lees verder in Het inct.archief van de digitale geschiedenis:
Lees ook: